Image
Sarah Jongejan Uitvaartbegeleiding | Blog - Mijn opa
Sarah Jongejan Uitvaartbegeleiding. Een uitvaart begeleiden doe ik vanuit mijn hart met oprechte aandacht, tijd, rust, een luisterend oor en met ruimte voor eigen invulling door u.
43162
post-template-default,single,single-post,postid-43162,single-format-standard,cabin-core-1.0.2,unselectable,select-theme-ver-3.2,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled, vertical_menu_width_290,smooth_scroll,side_menu_slide_from_right,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Mijn opa

Mijn opa

De telefoon gaat. Mijn moeder. Ze klinkt rustig maar ik hoor direct aan haar stem dat er iets mis is. “Opa is met spoed opgenomen in het ziekenhuis”. Zij is daar, ik ben hier. Ik kan niks doen. “Hij heeft een gaatje in zijn hart. Ze hebben een ‘paraplu’ geplaatst en hij is in goede handen.”

Dat was even schrikken, maar gelukkig komt het goed. Hij is sterk, heeft al behoorlijk wat meegemaakt. Dit is niks, daarmee vergeleken. Mijn moeder blijft bij hem totdat we meer weten en houdt ons (het gezin) op de hoogte. Hij moet blijven. ‘S avonds laat komt ze thuis. We hangen aan haar lippen, maar ook zij is moe. Verdriet staat in haar ogen en ook in die van mij.


Gezond van buiten, ziek van binnen

De dagen volgen. Het gaat niet goed met opa. Dat zien en merken we allemaal.


We komen aan in het ziekenhuis en we vragen aan het personeel of waar hij exact ligt. We zijn er en we wachten even op de gang. Een paar minuten later worden we geroepen door hem. Als een sterke opa. Gezond van buiten, maar ziek van binnen.


Daar staan we dan, kleinzoon en kleindochter aan het bed. Hij pakt onze handen vast, zoals alleen opa’s dat kunnen. Het zweet in zijn handen voel ik. Ik tril met mijn onderlip. “Jongens, ik moet jullie iets vertellen.” Mijn hart stokt. “Ze kunnen niets meer voor mij doen. Ik ga dood.”


Hij blijft sterk en ik besef zijn woorden niet. De eerste vraag komt er met hakken en stoten uit: “Kunnen ze u niet beter maken?” “Nee, ik word niet meer beter jongens.” Dat kwam nog harder aan dan zijn eerste woorden. De lage toon, het verdriet. Alles komt nu samen. Ook ik schiet vol. De arts komt erbij en geeft rustig en in alle tijd uitleg aan ons twee.

We blijven die dag zolang het goed voelt in het ziekenhuis. Ook onze neven en nichten, ooms en tantes zijn die dag in het ziekenhuis. Een knuffel, een handdruk, maar ook heel veel vragen nog.


Het ging allemaal heel snel. Ik weet niet eens meer hoe het tot stand is gekomen en hoeveel dagen er tussen hebben gezeten. Maar daar lag hij. Opa in het hospice. Hij wilde toch naar huis? Bijna elke dag bezoek ik hem. Hij is nog steeds de opa die ik ken, maar de omgeving past niet bij hem. Liefdevol legt hij mijn hand op zijn hoofd. Hij wordt zieker. Ik vertel hem dat ik mijn motorrijbewijs heb gehaald. Dat vindt hij fantastisch. Er komt een trotse glimlach op zijn gezicht.


Met elkaar als familie koken we, maar er hangt een stilte. Gelukkig kunnen er ook nog wel wat grappen vanaf. Ik pak de bus naar huis. Mama en haar broers blijven nog.


Tussen opa en kleindochter

Mijn telefoon gaat. Het is rond 23.00 uur. “Met Nadine?” “Hallo Nadine, met opa. Je maakt je zorgen om mij hé?” “Ja opa, dat doe ik, heel erg.” En opnieuw wellen de tranen op. Maak je geen zorgen, ik ga vanavond nog niet dood.”

Niemand had hem verteld dat ik mij zorgen maakte. Hij voelde het aan. Ik heb die avond geen hap door mijn keel gekregen en ik heb alleen maar gehuild. Na het telefoontje was weer even rust in mij en ook in hem. We praten nog heel even. Hij is moe. “Ga je lekker slapen straks? Dan ga ik dat ook doen. Beloofd.” “Ik ga lekker slapen opa, welterusten.” Ik krijg van mama nog een dikke knuffel en ik loop naar boven. Voordat ik mijn bed induik steek ik mijn kaarsje aan.


Jarig

“Weet u welke dag het is vandaag?” Hij denkt na. De sterke opa van een paar dagen geleden is niet meer. Hij raakt verzwakt en zijn gezicht is wit en vetrokken en slaapt steeds meer. “Het is 5 augustus.” Hij denkt na, maar hij komt er echt niet meer op. Zijn niet-afgemaakte kruiswoordpuzzel ligt op zijn tafeltje naast zijn bed. Het doet er niet meer toe dat mijn moeder jarig is die dag. Er zijn belangrijkere dingen nu. Hij slaat met zijn vuist nog op bed. “Stom van mij.” “Het geeft niet pap.”


Zijn laatste kroketje heeft hij uitgespuugd en ook drinken gaat bijna niet meer. Zoons en dochter hebben met hem samen besloten dat het zo niet langer meer gaat.


Mama heeft haar gitaar meegenomen en zingt voor hem. Een innige, verdrietige, maar ook een prachtige stemming.


Het is tijd

Hij pakt mijn hand: “Ik heb de laatste treden van de trap beklommen.”
“Ik houd van u opa.” “En ik houd van jou, zal je dat nooit vergeten?” Nee, dat vergeet ik niet. Een laatste kus en knuffel en een laatste blik. Met rode doorlopen ogen glimlach ik naar hem en hij naar mij.

In de nacht voel ik een koude windvlaag. Ik word wakker en mijn kaars naast mijn bed gaat uit. Ik kijk op mijn wekker: 5:56 uur. Een paar uur later word ik gebeld. “Opa is overleden vannacht. Ik ben nu in het hospice.”


Zwarte jurk, panty en hakken

Mijn verdriet zit diep verstopt. Het liefst wil ik onder de dekens kruipen. We hebben allemaal verdriet. Ik ben zo ontzettend dankbaar dat mama de uitvaart mag verzorgen. Ze kan dit als geen ander. Maar je eigen vader. Daar hoef ik geen woorden verder over uit te wijden.


De wekker gaat. Ik doe mijn kledingkast open, daar hangt hij. Al dagen. Een panty en hakken? Ik doe het voor opa. Ik kan dit! Mijn verdriet heeft plaatsgemaakt voor zenuwen.


We hebben afgesproken bij hem thuis. De mannen zijn netjes gekleed in een zwart pak. Het is echt zo mooi om te zien. We drinken en praten en maken wat grapjes. We halen herinneringen op. Mama vertelt hoe de dag gaat verlopen. Een speciaal moment is aangebroken. We gaan de kist met elkaar sluiten. “Ik houd van jullie allemaal” staat er in het goud gegrafeerd met zijn eigen handschrift op de zwarte kist die hij zelf heeft uitgekozen. Een familiemoment, zo had opa het graag gezien en gewild.


De uitvaartbus staat voor. “Opa mag in het midden”, iedereen lacht. Wij zitten rondom opa en we rijden naar de kerk toe. Zijn afscheid is al dagen van tevoren geweest, maar voor velen voelt dit als het definitieve afscheid.


Een geliefd man

De kerk zit vol. Het was een geliefd man. Als trotse, maar verdrietige kleindochter zit ik voorin de kerk met de naaste familieleden. Er worden anekdotes verteld met een lach en met een traan. Mijn moeder zingt nog een laatste keer voor hem, met pijn in haar keel en hart. Iedereen die wat wilde vertellen, heeft dat gedaan en dan is het zover. De kleinkinderen en mijn oom stappen naar voren. Samen met mijn nichtje staan we aan zijn voeteinde. Een blik naar elkaar zei voldoende: wij gaan dit doen! We tellen af, zoals we van tevoren hadden geoefend. We lopen stapsgewijs de kerk uit. De rest volgt.


Ik kijk achterom en ik zie zoveel mensen. “Ik houd van jullie allemaal”, dat is inderdaad waar opa. Maar zij hielden ook van u.  Zijn bordeauxrode auto staat vooraan met een gele roos op de voorkap. Zijn auto, waar hij zoveel plezier aan heeft beleefd. We lopen richting zijn graf. Iedereen heeft bij aankomst een gele roos ontvangen. De laatste woorden worden gesproken. Een voor een gooien we de roos op zijn kist. We wachten totdat iedereen dit heeft gedaan. Tijd om naar het uitvaartcentrum te rijden waar de condoleance plaats vindt.


“We zorgen voor elkaar”

Er staan hapjes op tafel en drinken wordt aangeboden. We gaan netjes opgesteld staan. Het hoort erbij, maar echt behoefte heb ik er niet aan. Nadat de laatste persoon ons sterkte heeft gewenst praat ik nog met de mensen die ik herken en ken. Het is tijd om naar huis te gaan en bij te komen van de dag. Ik word nog even opgehouden. “Zorg je een beetje goed voor je moeder? Ik kijk haar vragend aan. Mijn moeder staat achter me en zegt de woorden: “We zorgen goed voor elkaar!” En zo is het. Ze excuseerde zich. De dagen die daarop volgden was rouw.


Ik kon ik zijn

Vaak genoeg denk ik nog aan mijn lieve, trotse opa die op de woensdagmiddagen mij ophaalde van de basisschool, met mij springend in de plassen sprong als het had geregend, waar ik mocht logeren wanneer ik wilde, waarna ik in de ochtend op bed beschuit met aardbeien kreeg, waar ik gewoon ik kon zijn, de man die ruzie haatte en basta zei wanneer het genoeg was, de opa die mijn oma lief had, maar die hij verloor op jonge leeftijd en opnieuw verliefd werd en de opa die iedere zondagmiddag om 12:00 uur stipt op de stoep stond voor een bakje koffie met iets lekkers erbij. Mijn opa.

Sarah Jongejan
info@sarahjongejanuitvaartbegeleiding.nl


error: Content is protected !!